Openbare diensten

 

Vertraging door politiek, niet door de reiziger

Iedereen in België kent het gevoel: wachten op een trein die niet komt, een bus die te laat is, een tram die plots afgeschaft wordt.
Niet één keer, maar dagelijks. Het is geen uitzonderlijke pech meer — het is een systeemprobleem.

En dat systeemprobleem begint bovenaan.

Ons openbaar vervoer is zo gefragmenteerd dat niemand nog weet wie echt verantwoordelijk is.
Spoor hier, bus daar, tram elders, gewest links, federale overheid rechts… zes ministers, drie administraties, tientallen kabinetten, elk met hun eigen agenda.

Wanneer iedereen een beetje bevoegd is, voelt niemand zich écht verantwoordelijk.
En terwijl dossiers van tafel naar tafel worden geschoven, staan reizigers gewoon op het perron te wachten.

Nog erger: te veel topfuncties worden ingevuld op basis van partijkaart in plaats van prestaties.
Politieke benoemingen in plaats van bewezen expertise.
Mensen die moeten leiden omdat ze “de juiste contacten” hebben, niet omdat ze de juiste capaciteiten hebben.

Dat kan je je permitteren in een slecht draaiende club, niet in een land dat beweert vooruit te willen.
Ons openbaar vervoer wordt niet vertraagd door regen of bladeren op de sporen, maar door politieke vertragingen en onbekwaam bestuur.

Dit land verdient een mobiliteitssysteem dat werkt voor de burger.
Niet één dat vastzit in politieke files.

 

Minder administratie, meer innovatie

België verdrinkt in papier — zelfs in het digitale tijdperk.
Wie iets wil verbeteren, krijgt geen software en tools… maar formulieren, commissies, overlegvergaderingen en nog meer papierwerk.

Ons openbaar vervoer werkt zoals een oude computer: traag, vastlopend, en constant bezig met het verwerken van eigen fouten in plaats van vooruit te gaan.

In plaats van te investeren in moderne systemen, real-time info, voorspellende technologie en slimme planning, bouwen we nieuwe administratieve lagen, rapporten en werkgroepen.
Terwijl andere landen AI-gestuurde onderhoudsvoorspelling, automatische treindetectie, digitale verkeerscontrole en apps ontwikkelen, blijven wij discussiëren over verantwoordelijkheidslijnen en budgetschuiven.

Te veel managers, te weinig ingenieurs.
Te veel vergaderzalen, te weinig innovatie­labos.
Te veel notities, te weinig oplossingen.

Elk jaar horen we dezelfde belofte: “digitalisering komt eraan.”
Maar reizigers zien geen AI, geen slimme netwerken, geen moderne systemen — ze zien kapotte schermen, foutieve info en vertragingen die niemand lijkt te begrijpen, laat staan oplossen.

We hebben mensen nodig die bouwen en vernieuwen, niet alleen vergaderen en doorsturen.
Techniekers, ontwikkelaars, data-teams, automatisatie-experts — dát is wat een modern transportsysteem nodig heeft.

Innovatie is geen extraatje.
Het is de motor die zorgt dat een land vooruitgaat.

België kan beter.
Maar dat begint met één simpele regel:

Minder administratie. Meer technologie. Meer daadkracht.

 

Bescherm onze publieke werkers — zij nemen het risico voor ons allemaal

Medewerkers van bus, tram en trein werken voortdurend tussen mensen — vaak onbekenden, soms gefrustreerd of agressief. Omdat zij elke dag de verantwoordelijkheid dragen om mensen veilig te vervoeren, lopen zij een veel groter risico op agressie en intimidatie dan andere beroepen.

Dat is geen kleine ongemak: het is een opoffering. Zij staan er elke ochtend om ons leven makkelijker en veiliger te maken. Daarom verdienen zij extra bescherming — niet alleen woorden, maar daden.

Wij zeggen: misdrijven tegen openbare diensten worden zwaarder bestraft.
Wie een chauffeur, conducteur of hulpverlener belaadt of bedreigt, valt niet alleen één persoon aan — die valt een hele samenleving aan.

Meer beveiliging, snellere vervolging en zwaardere straffen: dat is onze lijn.
Wie onze publieke werkers aanvalt, zal de volle rekening van de wet voelen.

 

Vecht voor rechten, niet tegen de mensen

Openbare diensten zijn té vaak de eerste slachtoffers van bezuinigingen. Wanneer budgetten krimpen, personeel tekorten oplopen en materieel veroudert, zijn het onze chauffeurs, conducteurs, technici en hulpverleners die de rekening betalen — niet de politici die bezuinigen. Dat moet stoppen.

De mensen die in de publieke sector werken zijn geen vijand van de burger. Zij zijn het slachtoffer: onderbetaald, overwerkt en gedwongen te functioneren in een systeem dat hen eerst leegzuigt en daarna wijst met het vingertje. Dat is onaanvaardbaar.

Staken is een recht — en soms de enige manier om gehoord te worden. Maar er zijn manieren om te protesteren die niet de hele bevolking gijzelen. Een voorbeeld: personeel dat wél blijft rijden, maar tijdelijk geen tarieven int — zij zetten druk op de werkgever zonder reizigers te benadelen. Dat soort acties toont principiële strijdkracht, solidariteit met het publiek en verantwoordelijkheid tegenover kwetsbaren.

Tegelijk moet er meer tijd en ruimte zijn voor onderhandelingen voordat er gestaakt wordt. Verplichte bemiddeling, duidelijke cooling-off periodes en goed gestructureerde onderhandelingen moeten het uitgangspunt zijn. Pas als die stappen uitgeput zijn, mogen harde acties volgen — en zelfs dan met prioriteit voor minimale dienstverlening.

Kortom:

Stop met eerst de openbare diensten kapot te bezuinigen.

Erken dat publieke werknemers vaak de dupe zijn — niet de vijand.

Stimuleer slimme, niet-verstorende actievormen.

Verplicht echt overleg en bemiddeling vóór stakingen.

Zo vechten we voor rechtvaardige voorwaarden — zonder de samenleving onnodig te breken.